
Zit er een bosje bosui in je Veggiebox? Mooi, want dit veelzijdige groentje is bijna niet weg te denken uit de Nederlandse keuken. Fris, licht pittig en in een paar minuten klaar om te gebruiken. Geen zin om het los te bereiden? Hij gaat overal doorheen: door de rijst, over de soep of gewoon rauw op je boterham. In dit artikel laten we je zien hoe je bosui het langst vers houdt en geven we je vier recepten om niets van je bosje te laten liggen.
Wat is bosui?
Bosui, ook wel lente-ui of Chinese bieslook genoemd, is een jonge ui die wordt geoogst voordat er een dikke bol is gevormd. Je eet het hele groentje op: het witte, stevigere deel onderaan heeft de meeste uiensmaak, terwijl het groene, holle blad milder en frisser smaakt en vaak als garnering wordt gebruikt. Bosui bevat onder andere vitamine K en vitamine C.In de keuken is bosui enorm flexibel. Rauw geeft het een frisse bite aan salades, sandwiches en dips. Kort gebakken of gewokt behoudt het net genoeg bite om een gerecht structuur te geven, en fijngesneden is het de perfecte laatste garnering over bijna elk hartig gerecht, van een kom ramen tot gebakken aardappeltjes.
Zo bewaar je bosui
- Bewaren: Zet bosui met de witte kant in een laagje water in de koelkast, net als een bosje bloemen, en ververs het water om de paar dagen. Los in een geperforeerde zak in de groentela blijft hij ook ongeveer een week goed.
- Aangesneden: Doe gesneden bosui in een goed afgesloten bakje in de koelkast — dat scheelt ook uiengeur — en gebruik het binnen twee à drie dagen.
- Invriezen: Snijd bosui in ringetjes, vries ze plat uitgespreid in en schep ze daarna in een zakje. Zo strooi je drie maanden lang zonder ontdooien precies wat je nodig hebt.
- Wassen: Vocht op het groen versnelt rot in de koelkast. Bewaar bosui dus droog en spoel hem pas af als je gaat snijden.