Granaatappel

Een granaatappel in je Fruitbox? Wat een aanwinst. Onder die stevige, roodgekleurde schil zitten honderden glinsterende pitjes vol sap. Ze geven kleur en een frisse, zoetzure knapperigheid aan zowat elk gerecht. In dit artikel lees je wat granaatappel precies is, hoe je hem het beste bewaart en delen we 4 makkelijke recepten waarmee je geen pitje verspilt.

Wat is granaatappel?

De granaatappel is een ronde vrucht ter grootte van een grote appel, met een leerachtige schil die varieert van geel-roze tot dieprood. Binnenin zitten de pitjes: sappige, robijnrode zaadjes (arillen genoemd) die van elkaar gescheiden zijn door dunne, lichtgele vliesjes. Die pitjes zijn het lekkerste deel: je proeft een frisse, zoetzure smaak met een lichte knapperigheid als je erop bijt. Granaatappel is rijk aan vitamine C en bevat vezels. Je gebruikt de pitjes rauw over salades, yoghurt of havermout, of je perst er sap uit voor dressings en drankjes. De bittere vliesjes en schil eet je niet, maar de schil hoeft niet zomaar de prullenbak in: laat hem drogen en gebruik hem als geurige toevoeging in een pot met kruidnagel en kaneel voor een lekker huisluchtje. Zo gooi je nog minder weg.

Zo bewaar je granaatappel

  • Bewaren: Op de fruitschaal blijft een hele granaatappel één tot twee weken goed. Leg hem in de groentela van de koelkast en hij houdt het zelfs tot een maand vol.
  • Aangesneden: Uitgehaalde pitjes bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast en gebruik je binnen twee à drie dagen.
  • Invriezen: Spreid de pitjes uit op een bord of bakplaat, vries ze in en schep ze daarna in een zakje. Zo pak je maandenlang precies zoveel als je nodig hebt.
  • Kijk ze na: Een granaatappel mag er gehavend uitzien; het gaat om de pitjes binnenin. Pas als hij licht aanvoelt, uitgedroogd is of schimmelt, is hij echt niet meer goed.

Ook lekker uit je box