
Zit er deze week een kaki in je Fruitbox? Dan heb je een van de mooiste najaarsvruchten in huis. Deze oranje vrucht is heerlijk zoet en honingzacht, maar veel mensen weten niet precies wat ze ermee moeten. Zonde, want juist met kaki maak je verrassend makkelijk iets lekkers. In dit artikel lees je wat kaki is, hoe je hem bewaart en delen we vier recepten waarmee je geen stukje verspilt.
Wat is kaki?
Kaki, ook wel persimmon of sharon genoemd, is een oranje vrucht die van nature groeit aan de kakiboom. De vrucht ziet eruit als een grote, glanzende tomaat, maar smaakt zoet en bijna als honing. Er zijn twee soorten die je vaak tegenkomt: de sharonvrucht, die je stevig als een appel kunt eten, en de klassieke kaki, die je pas eet als hij zacht en rijp is. Een onrijpe kaki kan wat wrang aanvoelen op de tong, dus geduld loont hier echt. De smaak is zacht, zoet en romig, met een textuur die tussen een rijpe peer en een mango in zit. Je kunt kaki rauw eten met een lepeltje, in stukjes door een salade doen of verwerken in gebak en toetjes. Het mooie: de schil is gewoon eetbaar, dus die hoef je er niet af te halen. Zo gooi je niets weg en gaat er geen smaak of textuur verloren.
Zo bewaar je kaki
- Bewaren: Laat een stevige kaki drie tot vijf dagen op kamertemperatuur narijpen tot hij zacht aanvoelt. Een rijpe kaki leg je in de groentela; daar blijft hij nog twee à drie dagen goed.
- Aangesneden: Dek de snijkant af of leg de partjes in een afgesloten bakje in de koelkast en eet ze binnen twee à drie dagen op.
- Invriezen: Pureer (over)rijpe kaki en vries de puree in een bakje of ijsblokjesvorm in; gesneden partjes kunnen ook. In de vriezer tot een jaar houdbaar.
- Narijpen: Leg een harde kaki samen met een appel of banaan in een schaal; die geven ethyleen af, waardoor hij in een paar dagen zacht en zoet wordt.