
Zit er een stevige, knobbelige knolselderij in je Veggiebox? Mooi zo. Deze onderschatte knol wordt vaak weggewuifd omdat hij er ruw uitziet, maar hij is goud waard in de keuken: romig, licht nootachtig en enorm veelzijdig. In dit artikel lees je wat knolselderij precies is, hoe je hem wekenlang goed houdt en maak je er samen met ons vier makkelijke gerechten mee.
Wat is knolselderij?
Knolselderij is de verdikte wortelknol van een selderijsoort. Onder de ruwe, bruine schil zit stevig, crèmewit vruchtvlees met een zachte, aardse smaak die doet denken aan gewone selderij maar milder en romiger is. Rauw geraspt is knolselderij lekker knapperig; gekookt of geroosterd wordt hij zacht en zoetig. Je kunt hem stampen, pureren, roosteren, frituren tot friet of dun schaven voor een frisse salade. Gooi vooral niet te veel weg. De schil kun je na goed schrobben meeroosteren of gebruiken voor een groentebouillon. Zit er nog groen loof aan? Snipper dat fijn als kruid over je gerecht, net als peterselie. Zo haal je het maximale uit één knol.
Zo bewaar je knolselderij
- Bewaren: Een hele, ongeschilde knol blijft in de groentela zo'n drie weken goed en op een koele, donkere plek zoals een kelder of bijkeuken zelfs vier weken. Haast is dus nergens voor nodig.
- Aangesneden: Dek het snijvlak af met vershoudfolie of leg het stuk in een afgesloten bakje in de koelkast; zo kan het nog vier tot vijf dagen mee. Verkleurt het snijvlak? Snijd er een dun plakje af en hij is weer fris.
- Invriezen: Snijd de knol in blokjes, blancheer ze kort en vries ze in. Zo gaat knolselderij tot een jaar mee — handig voor de soep- en stamppotmaanden.