Meiraap

Zit er meiraap in je Veggiebox deze week? Mooi zo, want dit vergeten voorjaarsgroentetje verdient een plekje op je bord. Meiraap is knapperig, mild en verrassend veelzijdig – en je kunt er zowel de knol als het loof van gebruiken. In dit artikel lees je wat meiraap precies is, hoe je hem het beste bewaart en geven we je vier makkelijke recepten waarmee je alles opmaakt.

Wat is meiraap?

Meiraap is een jong, snel groeiend raapje dat in het voorjaar wordt geoogst – vandaar de naam. Het is familie van de knolraap en de koolraap, maar veel milder en zachter van smaak. De witte knol met een paars-roze kroontje heeft een frisse, licht peperige smaak die doet denken aan een kruising tussen radijs en jonge koolrabi. Rauw is meiraap knapperig en pittig, gekookt of gebakken wordt hij juist zacht en zoetig. Het mooie aan meiraap: je kunt de hele plant gebruiken. Het groene loof (het ‘raapsteeltje’) is prima eetbaar en smaakt een beetje als spinazie of snijbiet. Gooi die blaadjes dus niet weg – roerbak ze kort of verwerk ze door een soep of stamppot. Zo haal je het maximale uit één groente en gooi je niets weg.

Zo bewaar je meiraap

  • Bewaren: Haal het groene loof van de knol zodra je thuiskomt — het onttrekt vocht, waardoor de knol slap wordt. In de groentela, eventueel in een vochtige theedoek of zak, blijven meiraapjes één tot twee weken knapperig.
  • Aangesneden: Een aangesneden meiraap bewaar je in een afgesloten bakje in de koelkast; gebruik hem binnen twee à drie dagen.
  • Invriezen: Snijd de knollen in blokjes, blancheer ze twee minuten en schrik ze in ijswater. Zo houden meiraapjes zich tot een jaar in de vriezer.
  • Loof: Het loof blijft maar twee à drie dagen goed. Bewaar het los in een bakje met vochtig keukenpapier en gebruik het als eerste.