
Deze week zit er een verse papaya in je Fruitbox. Een zonnig tropisch fruit dat je misschien niet elke dag in huis hebt, maar dat verrassend veelzijdig is. In deze blog lees je precies wat je ermee maakt, hoe je hem bewaart en welke recepten je zeker moet proberen. Zo gooi je niets weg en haal je alles uit deze mooie vrucht.
Wat is papaya?
Papaya is een tropische vrucht met een gladde groengele schil en zacht, oranje vruchtvlees. De smaak is mild, zoet en een beetje bloemig, met een fluweelzachte textuur die doet denken aan een rijpe meloen. In het midden zit een holte vol donkere zaadjes. Een rijpe papaya voelt licht zacht aan als je er zachtjes op drukt en geeft een subtiele geur af. Je gebruikt papaya het vaakst rauw: in stukjes uit de hand, door een fruitsalade of gepureerd in een smoothie. Maar ook licht gebakken of gegrild is hij heerlijk. Gooi de pitjes niet zomaar weg: de zwarte zaadjes zijn eetbaar en hebben een peperige, mosterdachtige smaak. Gedroogd en fijngemalen gebruik je ze als een pittige kruiderij over salades of dressings. Zo gebruik je de hele vrucht.
Zo bewaar je papaya
- Bewaren: Een groene papaya laat je op kamertemperatuur liggen; in drie à vier dagen kleurt de schil geler en wordt hij zachter. Rijp? Dan de groentela in — daar blijft hij nog twee tot drie dagen goed.
- Aangesneden: Dek een halve papaya af met folie of leg hem in een afgesloten bakje in de koelkast en eet hem binnen twee dagen op.
- Invriezen: Schep de pitjes eruit, snijd het vruchtvlees in blokjes en vries in. Zo blijft papaya tot een jaar goed.