Kumquat

Deze week zit er iets bijzonders in je Fruitbox: kumquats. Kleine, ovale citrusvruchtjes die je in één hap kunt opeten, schil en al. Klinkt gek, maar juist die schil maakt ze zo lekker. Weet je even niet wat je ermee moet? Geen zorgen, we helpen je op weg met bewaartips en vier makkelijke recepten waarmee je geen vruchtje verspilt.

Wat is kumquat?

Kumquat is een piepkleine citrusvrucht, ongeveer zo groot als een olijf of een druif. Anders dan bij een sinaasappel of mandarijn eet je bij een kumquat de hele vrucht op: de dunne schil is zoet, terwijl het vruchtvlees fris en zuur is. Die combinatie van zoet en zuur in één hap maakt kumquat verrassend lekker om zomaar uit het handje te eten. Je kunt kumquats rauw eten, maar ze doen het net zo goed in gerechten. Denk aan salades, chutney, marmelade of als frisse toevoeging bij vlees en vis. Omdat je de schil gewoon meegebruikt, gooi je bij kumquats vrijwel niets weg. Alleen de pitjes kun je eruit halen als je dat prettiger vindt, maar ook die zijn niet schadelijk.

Zo bewaar je kumquat

  • Bewaren: Kumquats blijven daar zo'n week goed, uit de zon. Langer bewaren kan op een koele plek (10–15 °C); de gewone koelkast is voor deze dunne schilletjes aan de koude kant.
  • Wassen: Juist bij kumquats was je de vrucht — maar pas vlak voor het eten; vocht op de schil versnelt bederf.
  • Invriezen: Was ze, dep ze droog en vries ze heel in; ideaal om later marmelade van te maken of door een saus te snijden.
  • Kijk ze na: Loop het bakje af en toe door en haal zachte exemplaren eruit voordat ze de rest aansteken.