
Zit er een wat gekke, gebutste citrusvrucht in je Fruitbox? Grote kans dat het een uglivrucht is. De naam en de bobbelige, groenig-oranje schil doen je misschien twijfelen, maar juist die ‘lelijke’ buitenkant maakt hem perfect voor Veggiebox: te afwijkend voor de supermarkt, maar zoet en sappig vanbinnen. In dit artikel lees je wat een uglivrucht precies is, hoe je hem het langst goed houdt en welke recepten je ermee maakt – zonder ook maar iets weg te gooien.
Wat is uglivrucht?
De uglivrucht (ook wel ugli of tangelo genoemd) is een natuurlijke kruising tussen een mandarijn, een grapefruit en een sinaasappel. Hij is een stuk groter dan een gewone sinaasappel en heeft een dikke, losse schil die er rimpelig en gevlekt uitziet – vandaar de bijnaam. Onder die ruwe schil zit sappig, oranje vruchtvlees dat zoeter is dan grapefruit, met een frisse citruszweem. Je pelt hem net zo makkelijk als een mandarijn en eet de partjes zo uit het vuistje. Maar gooi de schil niet zomaar weg: de gele buitenkant kun je raspen tot geurige zest voor in cake, dressings of thee. Zo gebruik je de hele vrucht en blijft er niets over.
Zo bewaar je uglivrucht
- Bewaren: Op het aanrecht blijft een uglivrucht zo'n week goed; een koele plek van 10–15 °C is ideaal voor langer. De gewone koelkast maakt de losse schil vochtig en vlekkerig.
- Op smaak: Lag hij toch koud? Ruim voor het eten op temperatuur laten komen: dan is hij sappiger en makkelijker te pellen.
- Invriezen: Rasp de schone schil en vries de zest in een klein bakje in; het sap van overrijpe vruchten gaat in een ijsblokjesvorm.
- Goede buren: Bewaar hem los, niet in een dichte zak — de losse schil houdt anders vocht vast.