
Deze week zit er een handje padron pepers in je Veggiebox. Kleine, glanzend groene pepertjes die in Spanje met een paar minuten in de pan de show stelen. Het leuke: de meeste zijn mild, maar zo nu en dan zit er eentje tussen die verrast. Zonde om ze te laten liggen, want je maakt er in een handomdraai een borrelhapje of bijgerecht mee. We leggen uit wat padron pepers zijn, hoe je ze bewaart en geven je 4 makkelijke recepten.
Wat is padron peper?
Padron pepers (pimientos de Padron) komen oorspronkelijk uit de Galicische stad Padron in het noordwesten van Spanje. Het zijn kleine, langwerpige groene pepertjes die je jong oogst, waardoor ze meestal zacht en mild van smaak zijn. De bekende Spaanse uitdrukking luidt niet voor niets: sommige zijn pittig, de meeste niet. Ongeveer een op de tien tot twintig heeft een stevige kick, de rest is aangenaam mild met een lichte groene, grasachtige smaak. In de keuken zijn padron pepers vooral geliefd om snel te poffen of te bakken, tot het velletje blaast en licht kleurt. Je eet ze in hun geheel: schil, vruchtvlees en zaadlijst gaan gewoon mee, alleen het steeltje laat je zitten als handvat. Zo gooi je niets weg en heb je binnen een paar minuten een gerecht op tafel.
Zo bewaar je padron peper
- Bewaren: In een papieren zak of open bakje in de groentela blijven padron pepers zo'n vijf tot zeven dagen goed. Hoe droger ze liggen, hoe langer ze knapperig blijven.
- Invriezen: Was en droog de pepertjes goed en vries ze los van elkaar in een diepvrieszakje; bevroren kunnen ze zo de hete pan in. Kort voorbakken en dan invriezen kan ook — dan ligt er later een kant-en-klare portie klaar. Reken in beide gevallen op zo'n drie maanden.
- Droog houden: Vocht is de grootste vijand van deze pepertjes: gewassen en nat weggelegd worden ze binnen een dag of twee zacht en vlekkerig. Zit er condens in het zakje? Even droogdeppen.